Beenlengteverschil

U bevindt zich hier: PatiŽnten informatie Ľ Beenlengte verschil

Beenlengteverschil

Als uw kind een beenlengte verschil heeft kan dit verschillende oorzaken hebben.

Waar denk men aan als dit vlak na de geboorte geconstateerd wordt?

Als een beenlengteverschil vlak na de geboorte ontdekt wordt komen twee oorzaken het meest in aanmerking. Of de heupkop staat uit de kom of er is een aangeboren afwijking waardoor de botten in de benen echt van lengte verschillen.

Wat is er aan de hand als bij uw kind de heup uit de kom staat?

Dan heeft uw kind waarschijnlijk een heupdysplasie waarbij de heupkom zo ondiep is dat de heupkop niet op zijn plaats gehouden kan worden. Voor verdere informatie wordt u verwezen naar het onderwerp heupdysplasie op deze website.

Wat is er aan de hand als de botten in de benen echt van lengte verschillen?

Als de botten in de benen aangeboren van lengte verschillen kunnen ze daarbij wel of niet normaal van aanleg en vorm zijn. Als ze niet normaal van vorm zijn kan dit in het bovenbeen, in het onderbeen en in de voet zijn, of in het hele been zijn. Als de botten in de beide benen normaal van vorm zijn maar wel ongelijk van lengte kan het zo zijn dat de hele linker lichaamshelft groter (of kleiner) is dan de rechter lichaamshelft.

In al de hier bovengenoemde gevallen is het verstandig om, naast uw bezoeken aan de (kinder)orthopaedisch chirurg, ook de kinderarts-klinisch geneticus te raadplegen om die te laten zoeken naar nog eventuele andere ďfoutenĒ in het lichaam en om met hem de oorzaak en de eventuele erfelijkheid van de verschijnselen te bespreken.

Wat is van belang voor de behandelingsmogelijkheden en -noodzakelijkheden bij een aangeboren beenlengteverschil?

Allereerst dient vastgesteld te worden of het heup (kogelgewricht), knie (scharniergewricht) en enkelgewricht (twee geschakelde scharnieren) normaal van vorm zijn en of de gewrichten op de normale plaats in een rechte lijn staan.

Ten tweede wordt het percentage beenlengteverschil per bot uitgerekend. Men mag er in de groei op rekenen dat bij aangeboren beenlengteverschillen meestal het percentage verschil tussen links en rechts gelijk blijft (en dus het absolute verschil wel toeneemt: b.v. 10% van 10cm = 1cm en 10% van 20cm = 2cm).

Aan de hand van de kwaliteit van de gewrichten en het percentage beenlengteverschil kunnen de behandelingsmogelijkheden voor de toekomst besproken worden.

Wat kan men doen bij een aangeboren beenlengteverschil met rechte benen en goede gewrichten?

Aan de hand van het percentage beenlengteverschil kan men in het eerste levensjaar al een inschatting maken hoe groot het beenlengteverschil in cm op volwassen leeftijd gaat zijn. Het streven zal zijn om het beenlengteverschil op volwassen leeftijd minder dan twee centimeter te laten zijn. Is het uitgerekend beenlengteverschil minder dan 5 cm kan overwogen worden het lange been aan het einde van de groei af te remmen. Voor het bepalen van het tijdstip van afremmen bestaan speciale rekenmethodes.

Voor de grotere (voorspelde) lengteverschillen kan men stellen dat een uitgerekend beenlengteverschil van maximaal 20 cm of maximaal 30% per bot gedurende de groei met verlenging van het korte been behandeld kan worden. De eerste verlengingsprocedure zal meestal niet voor het 6e levensjaar plaatsvinden omdat het kind voldoende moet kunnen meewerken. In de meeste gevallen kan per 3-5 jaar maximaal ongeveer 5 cm per bot worden verlengd. Voor het 6e levensjaar zullen de lengteverschillen worden opgevangen met aangepaste schoenen of prothesen.

Wat kan men doen bij een aangeboren beenlengteverschil met kromme benen en goede gewrichten?

Als de gewrichten niet op de juiste wijze in een rechte lijn staan zijn kan men gedurende een verlengingsprocedure deze foutstand gemakkelijk corrigeren. Wanneer de foutstand van de gewrichten voor het 6e levensjaar grote problemen oplevert kan altijd eerder een operatie plaatsvinden waarbij het been recht wordt.

Wat kan men doen bij een aangeboren beenlengte verschil dat te groot is om te verlengen of bij een of meerdere slechte gewrichten of ontbrekende delen aan been of voet?

In dit geval zal men eerst bepalen of de afwijkende voet of het afwijkende deel van het been met afwijkend gewricht ooit geschikt zal zijn om op te kunnen lopen of anderszins te kunnen gebruiken. Beenverlenging is alleen maar zinvol als men uiteindelijk met een functionele voet op de grond kan staan. Is dit niet zo, dan kan geprobeerd worden met operatie van datgene wat wel aanwezig is een zo goed mogelijke constructie te maken waarbij een zo functioneel mogelijke prothese kan worden aangemeten.

Zo kan men bijvoorbeeld bij een been met een grote afwijking in bovenbeen en knie en met een normale enkel en voet het been zodanig veranderen dat de enkel in de prothese als kniegewricht gaat functioneren. Dit is slechts een voorbeeld in de grote variatie in afwijkingen waarbij voor elke afwijking een op het kind toegesneden oplossing bedacht kan worden, altijd in combinatie met een prothese. Zitten er grote afwijkingen in voet en enkel dan kan men overwegen de voet te verwijderen zodat men daarna gemakkelijk een laars met een kunstvoet kan aantrekken.

Wat zijn niet-aangeboren oorzaken van een beenlengteverschil?

Niet-aangeboren oorzaken van beenlengteverschillen die tijdens de groei optreden kunnen gevolg zijn van botbreuken, bot- en/of gewrichtsontstekingen of verlammingen. Deze verschillen zullen toenemen in de groei als een groeischijf van dat been beschadigd is.

Wat te doen bij niet-aangeboren oorzaken van beenlengteverschil?

Is de groeischijf niet beschadigd en wordt deze alleen maar gestimuleerd door meer bloedtoevoer als gevolg van het reparatieproces van een botbreuk of als gevolg van een ontsteking in de buurt zal het beenlengteverschil meestal niet al te groot worden. Mocht dit verschil tegen het einde van de groei toch meer dan 2 cm gaan bedragen valt een remming van het lange been vlak voor het einde van de groei te overwegen. Bij verlammingen is het verlamde been vaak enkele cm korter. Het verlamde been is moeilijker te bewegen en in deze gevallen kan het juist gunstig zijn om een korter (onhandig) been te hebben.

Is de groeischijf van een bot beschadigd door een breuk of een ontsteking, dan stopt het beschadigde deel meestal met groeien. Teneinde een goede voorspelling te kunnen doen hoe de groeistoornis zich gaat ontwikkelen is het vaak zinvol om een MRI onderzoek te doen om te zien waar de beschadiging in de groeischijf gelokaliseerd is en hoe groot die beschadiging is. Kleine beschadigingen kunnen soms verwijderd worden. Grotere beschadigingen zullen forse remmingen in de groei van het betreffende bot teweegbrengen met of zonder kromgroeien.

Het bot zal kromgroeien als maar een deel van de groeischijf beschadigd is en het andere deel gewoon door kan groeien. In die gevallen is het zinvol om de gehele groeischijf te verwijderen zodat het bot tijdens de groei recht blijft en alleen het lengteverschil overblijft. Voor het behandelen van het toenemende lengteverschil gelden dezelfde regels als voor de aangeboren beenlengteverschillen waarbij per 3 tot 5 jaar maximaal 5 cm per keer verlengd kan worden. -->

U bevindt zich hier: PatiŽnten informatie Ľ Beenlengte verschil
(advertenties)
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Kinderorthopedie.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)