Botbreuken

U bevindt zich hier: PatiŽnten informatie Ľ Botbreuken (algemeen)

Botbreuken bij kinderen

Wat is het verschil tussen kinderbotten en botten van volwassenen?

Er zijn meerdere verschillen op te noemen wanneer men botten van kinderen vergelijkt met botten van volwassenen. Kinderen hebben om hun bot een dik beenvlies dat te vergelijken is met de schors van een boom. In dit vlies zitten cellen die nieuw bot maken. Omdat kinderbot nog moet groeien is het beenvlies beduidend dikker dan bij volwassenen. Hoe jonger het kind hoe dikker het beenvlies. Daarnaast hebben kinderen groeischijven van kraakbeen vlak bij de uiteinden van de botten die voor extra lengtegroei zorgen. Deze groeischijven verdwijnen na de puberteit.

Welke verschillen zijn er tussen botbreuken bij kinderen en botbreuken bij volwassenen?

1. Dik beenvlies

Omdat kinderen nog een dik beenvlies met veel botvormende cellen om hun botten hebben, groeit het bot bij een breuk sneller vast. Daarnaast kan een kind een bot breken zonder dat het stevige dikke beenvlies daaromheen scheurt. Men spreekt dan van een ďgreenstickĒ fractuur, vergelijkbaar met het breken van een jonge twijg van een boom waarbij de schors intact blijft. Deze breuken verplaatsen niet en groeien zeer snel vast. Bij volwassenen komen dit soort breuken niet voor omdat het beenvlies zo dun geworden is dat het altijd scheurt bij een breuk.

Kleine botten (bv sleutelbeen) genezen sneller dan grote botten (bv dijbeen). Hoe jonger het kind, hoe dikker het beenvlies en hoe sneller een botbreuk geneest. Als voorbeeld: een breuk van een dijbeen (het grootste pijpbeen in het menselijk lichaam) bij een kind van enkele maanden oud geneest in ongeveer twee weken; bij een volwassene loopt de genezingstijd van een dijbeen op naar 3 tot 4 maanden.

2. Groei

Omdat kinderbotten nog groeien is er door de natuur veel correctie mogelijk: een botbreuk die scheef vastgroeit kan in de verdere groei weer recht groeien. Als vuistregel corrigeert het bot minimaal die standsafwijkingen die binnen de contouren van datzelfde bot vallen als dat bot helemaal zou zijn uitgegroeid. Vaak is zelfs nog meer correctie door de groei mogelijk. Daarbij is correctie van breuken dichter bij de groeischijven makkelijker dan correctie van breuken middenin het pijpbeen omdat de groei aan de uiteinden sneller is.

Hoe jonger uw kind, hoe meer correctie van een standsafwijking mag worden verwacht in de groei. Dat betekent dat in tegenstelling tot bij volwassenen een precieze uitlijning van de breukdelen bij kinderen minder noodzakelijk is. Zo hoeft bijvoorbeeld een gebroken pols bij jonge kinderen lang niet altijd gezet te worden omdat die bij niet al te grote standsafwijking toch vanzelf weer recht groeit.

3. Groeisschijven

Groeischijven zijn schijven van kraakbeen dichtbij de uiteinden van de botten die voor extra lengtegroei zorgen. Kraakbeen is minder sterk dan bot. Daarom kunnen kinderen hun botten juist op de plaats van de groeischijf breken. Dat is niet ernstig zolang de breuk de groeischijf niet heeft beschadigd. Indien de groeischijf wel beschadigd wordt bij de breuk kunnen in de verdere groei stoornissen optreden in lengtetoename en richting. Met andere woorden het bot kan daardoor minder lang worden of krom groeien.

Breuken op de plaats van groeischijven, zogenaamde Salter-Harris breuken worden bij voorkeur wel goed gezet om een goede richting van de groeischijf aan te houden.

Wat te doen als een bot door een beschadiging van de groeischijf na een breuk minder hard groeit of krom groeit?

Als de groeischijf eenmaal beschadigd is kan deze niet meer gerepareerd worden. Men kan dus alleen de gevolgen behandelen. Op de plaats van de schade aan de groeischijf maakt het lichaam bot. Dit bot groeit niet zoals een groeischijf en remt de groei af. Als dit bot midden in de groeischijf zit remt het alleen de groei af. Zit het nieuwe bot in de zijkant van de groeischijf dan remt het niet alleen maar als de andere kant van de groeischijf wel doorgroeit dan groeit het bot krom.

Als maar een klein deel van de groeischijf beschadigd is kan men proberen dit te verwijderen en er een stukje vet of ander materiaal in te stoppen zodat geen nieuw bot teruggroeit. Als dat lukt kan het zo zijn dat de rest van de groeischijf genoeg kracht heeft om normaal door te groeien.

Is een groter deel van de groeischijf beschadigd dan stopt het bot op die plaats met de lengtegroei van de groeischijf. Bij kromgroeien kan het dan soms verstandig zijn het nog functionerende deel van de groeischijf ook te beschadigen om verder krom groeien te voorkomen. Hierna blijft dan het probleem over van het lengtetekort. Indien dit lengtetekort een probleem geeft zal dit moeten worden opgelost met botverlengende operaties (zie beenverlenging). -->

U bevindt zich hier: PatiŽnten informatie Ľ Botbreuken (algemeen)
(advertenties)
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Kinderorthopedie.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)