Soepele kinderen

U bevindt zich hier: PatiŽnten informatie Ľ Soepele kinderen

Bestaat er zoiets als (te) soepele kinderen?

Ja, kinderen kunnen zo soepel zijn dat men spreekt van hypermobiliteit of hyperlaxiteit.

Kan men hypermobiliteit meten?

Ja, hiervoor zijn criteria geformuleerd.

Het systeem van Beighton betreft 5 metingen: de mate van bewegelijkheid van 1. pink, 2. duim, 3 elleboog, 4. knie en 5. de vraag of vooroverbuigen met gestrekte knieŽn zover mogelijk is dat men de hand plat op de grond kan plaatsen. Daar metingen 1 t/m 4 zowel aan linker hand/arm/been als aan rechter hand/arm/been gedaan worden kan men (2x4=) 8 + 1 (meting 5) = 9 punten halen. Bij een score van 4 of meer spreekt men van hypermobiliteit.

Het systeem van Bulbena betreft 10 metingen: de mate van bewegelijkheid van 1. duim, 2. vingergewrichten, 3. elleboog, 4. schouder, 5. heup, 6. knie, 7. knieschijf, 8. bovenste spronggewricht, 9. grote teen en 10. het voorkomen van veel blauwe plekken. Bij jongens met een score van 4 of meer en meisjes met een score van 5 of meer wordt gesproken van hypermobiliteit.

Wat zijn de oorzaken van hypermobiliteit?

Hypermobiliteit kan voorkomen bij aangeboren ziekten van het bindweefsel zoals het syndroom van Ehlers-Danlos (EDS) en het syndroom van Marfan. Meestal is er geen onderliggende ziekte en zit het soepele kind meer aan de rand van de natuurlijke spreiding van soepelheid in de bevolking.

Wat wordt bedoeld met de natuurlijke spreiding van soepelheid in de bevolking?

Wanneer men een grote groep gezonde mensen onderzoekt op bijvoorbeeld soepelheid zullen de meeste mensen rond het gemiddelde zitten. Maar er bestaan ook mensen zijn die verder van het gemiddelde af staan doordat aan de ene kant mensen bestaan die veel soepeler zijn dan het gemiddelde van de groep en aan de andere kant ook mensen bestaan die veel stijver zijn dan de gemiddelde mens. De verdeling van mensen van soepel naar stijf gaat volgens de Gausse verdelingskromme. Zit iemand nu aan de uiteinden van die kromme is hij/zij dus ver van het gemiddelde en is die persoon dus aan de ene kant van de kromme juist heel soepel of aan de andere kromme heel stijf. Het is dus normaal dat er een relatief klein aantal mensen ver van het gemiddelde verwijderd zit qua soepelheid. Uw kind kan nu meer of minder toevallig tot die kleine groep mensen behoren maar is dan dus niet abnormaal.

Hoe vaak komt hypermobiliteit voor?

Ongeveer 10-25% van de bevolking heeft hypermobiliteit. De meeste mensen hebben hiervan geen klachten: maar 3,3% van de vrouwen en 0,6% van de mannen hebben klachten van de armen en benen.

Welke verschijnselen hebben kleine kinderen met hypermobiliteit?

Kinderen die heel soepel zijn doen er vaak iets langer over om te gaan zitten, staan en lopen. Dat komt omdat de kinderen die heel soepel zijn een deel van hun motoriek moeten gebruiken om hun soepele benen en armen in balans te houden en zo maar een deel van hun motorische capaciteit (= de hoeveelheid capaciteit die de hersenen op die leeftijd hebben om het lichaam te bewegen) overhouden voor de voortbeweging. Dit in tegenstelling tot een kind dat steviger in elkaar zit: deze kan in zijn ontwikkelingsproces bijna al zijn motorische capaciteit voor de voortbeweging gebruiken en leert dus eerder lopen. Onderzoek heeft laten zien dat 32% van de kinderen met hypermobiliteit een forse motorische achterstand heeft in zijn/haar ontwikkeling. Op de lange duur is dat geen probleem. Naarmate men ouder wordt en door de groei ook grotere hersenen krijgt (= groter werkgeheugen) wordt de achterstand langzaam ingehaald.

Welke voordelen kan het zeer soepel zijn hebben?

Wanneer kinderen zeer soepel zijn kunnen ze ook voordeel hebben bij activiteiten die soepelheid van het lichaam vereisen zoals ballet, turnen en muziek maken. In sommige landen worden kinderen op vroege leeftijd uitgekozen om bijvoorbeeld de top in turnen of ballet te halen.

Wat kan er gedaan worden wanneer een kind hypermobiliteit lijkt te hebben?

Een kinderfysiotherapeut kan de bovengenoemde scoresystemen op een kind toepassen. Hij/zij kan dan in maat en getal vastleggen hoe soepel een kind is en de ouders voorlichten hoe de motorische ontwikkeling van dat soepele kind zal verlopen. Dat zal dus anders zijn dan bij het gemiddelde kind maar dat zal geen probleem zijn op de lange termijn. Verder zal blijken bij metingen op latere leeftijd dat ook kinderen met hypermobiliteit net als alle andere mensen stijver worden naarmate ze ouder worden. -->

U bevindt zich hier: PatiŽnten informatie Ľ Soepele kinderen
(advertenties)
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Kinderorthopedie.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)