Spasticiteit

U bevindt zich hier: PatiŽnten informatie Ľ Spasticiteit

Spasticiteit?

Spasticiteit slaat op de verhoogde spanning in spieren onder invloed van rek. In de medische wereld zijn er meerdere namen voor spasticiteit zoals infantiele encephalopathie (IE) of cerebrale parese (CP). Tegenwoordig heeft men ervoor gekozen om de naam cerebrale parese te gebruiken of wel afgekort CP.

Wat is CP nu precies?

CP is een verzamelnaam voor allerlei beschadigingen in het zenuwstelsel die afwijkingen geven in de aansturing en kracht van de spieren en spiertonus (=spierspanning). Het gevolg hiervan is dat een mens minder makkelijk kan bewegen en soms armen en benen niet helemaal kan strekken of buigen omdat de spanning in de spieren te hoog is.

Wat zijn de oorzaken van CP?

De beschadigingen in het zenuwstelsel kunnen op verschillende manieren optreden. Bekende oorzaken zijn zuurstofgebrek rond de geboorte bij een moeilijke bevalling of beschadiging van de hersenen door heftige infecties. Bij het merendeel van de kinderen treedt de beschadiging waarschijnlijk al voor de geboorte op. Kinderen die te vroeg geboren worden lopen op zoín hersenbeschadiging extra risico.

Hoe vaak komt CP voor?

CP is de meest voorkomende neurologische afwijking in de Westerse wereld. Van elke 1000 levend geboren kinderen hebben er tussen de 1 tot 3 kinderen CP.

Wat zijn de verschijnselen bij een kind met CP?

Zoals al beschreven heeft CP invloed op het bewegen van het kind. CP zal dus twee gevolgen hebben: de ontwikkeling van het bewegen van het kind is langzamer (gaat bijvoorbeeld veel later zitten of omrollen dan andere kinderen) en ook kan het kind afwijkend bewegen. Zo zal bij spasticiteit aan een zijde van het lichaam de asymmetrie van de bewegingen van het kind opvallen. Ook kan een kind opvallend slap of juist stijf aanvoelen.

Hoe wordt de diagnose CP gesteld?

Omdat CP het gevolg is van een beschadiging in het zenuwstelsel zal over het algemeen zal de neuroloog de definitieve diagnose stellen. Hij kan daarbij gebruik maken van ECHO onderzoek van de hersenen als de fontanellen nog open zijn of van MRI onderzoek.

Wat voor soorten CP zijn er?

Bij CP zijn er 3 verschillende soorten in bewegingsstoornissen:

  1. spasticiteit
  2. dyskinesie
  3. ataxie

Wat beteken nu die woorden? Spasticiteit is een afwijking in de spierspanning met name tijdens het bewegen. Bij dyskinesie zijn er onwillekeurige bewegingen ook wanneer men niet bewegen wil. Deze onwillekeurige bewegingen zijn er niet wanneer het kind slaapt. Ataxie is een stoornis in de balans en coŲrdinatie. Bijvoorbeeld als een kind met zijn hand een bal probeert te pakken lukt het hem/haar niet de hand in een keer bij de bal te krijgen.

Hoe uitgebreid kan de CP zijn?

Ook hier globaal weer 3 vormen:

  1. hemiplegie = de linker of de rechterkant van het lichaam
  2. diplegie = de onderkant van het lichaam = de benen
  3. tetraplegie = de armen en de benen

De laatste vorm is de ernstigste vorm van handicap.

Welke problemen komen er bij de CP nog meer voor?

Groei:
Kinderen met CP groeien vaak minder hard en blijven uiteindelijk kleiner dan gewone kinderen.

Voeding:
Door de afwijkende spierbewegingen komen ook vaak problemen voor als verslikken, terugloop van voedsel van de maag naar de mond en obstipatie. Door deze problemen kunnen kinderen met CP soms te weinig voedsel binnen krijgen en dus ondervoed raken.

Epilepsie:
Bij CP komt nogal eens epilepsie voor. Ook epilepsie wordt veroorzaakt door een beschadiging in het zenuwstelsel en wel in de hersenen. Epilepsie komt voor bij 75% van de kinderen met tetraplegie, 50% bij hemiplegie en 25% bij diplegie.

Problemen met zien en horen:
Afhankelijk van waar de hersenbeschadiging zit kan er ook een probleem zijn met zien of horen.

Cognitieve functiestoornissen:
Cognitieve functiestoornissen hebben te maken met het herkennen van de buitenwereld. De mate waarin die herkenning van de buitenwereld gestoord is bepaalt eigenlijk nog het meeste wat een kind met CP uiteindelijk kan.

Onderzoek en beloop bij hemiparese (hemiplegie):

Hierbij valt met name de asymmetrie in het bewegen op. De definitieve diagnose wordt meestal rond de leeftijd van 1,5 jaar gesteld. Vrijwel alle kinderen met CP in de vorm van een hemiparese leren zelfstandig lopen tenzij bijkomende beschadigingen in de hersenen dit verhinderen.

Onderzoek en beloop bij diplegie:

Hierbij is door de stoornis in de aansturing van de spieren in de benen met name de ontwikkeling van het lopen gestoord. Of het kind Łberhaupt leert lopen hangt af van de ernst van de stoornis in de aansturing van de benen. Het kind leert dus pas op latere leeftijd zitten en lopen. Als een kind voor het 2e levensjaar leert om zelfstandig te gaan zitten, is dat een gunstig teken. Aan de andere kant, als een kind bij de leeftijd van 7 jaar nog niet kan lopen, dan zal het dat ook niet meer leren.

Verder is het zo dat de lichaamsverhoudingen voor bewegen tussen het 8e en 10e levensjaar het gunstigste zijn. Dat betekent dat wanneer een kind gehandicapt is met lopen en bewegen, het lopen en bewegen na het 10e levensjaar weer slechter zal worden. Voor kinderen, die het net lukt om te lopen rond het 8e tot het 10e jaar, betekent dat, dat zij het vermogen om te lopen weer verliezen als ze ouder worden en dan rolstoelafhankelijk worden.

Onderzoek bij tetraparese:

Hierbij is dus de aansturing van de spieren in armen en benen gestoord. Deze kinderen zijn vaak ernstig gehandicapt en de mate van de ernst bepaalt of een kind nog leert lopen of niet.

Gaat een kind met CP lopen?

Dat is erg afhankelijk van de mate waarin de hersens beschadigd zijn. Alle kinderen met een eenzijdige aandoening ( een hemiparese) gaan lopen. Bij de kinderen met aandoening van beide kanten ( diplegie of tetraplegie) is dit moeilijker te voorspellen. Hoeveel de hersenen beschadigd zijn kan een beetje beoordeeld worden door te kijken naar de achterstand in de ontwikkeling na de geboorte: bv als een kind op twee jarige leeftijd niet omrolt is de kans dat hij op den duur gaat lopen erg klein. Als een kind wel omrolt op die leeftijd is de kans dat hij op den duur ( met of zonder hulp) gaat lopen 30-40 %. Aan de andere kant als een CP kind op twee jarige leeftijd kan zitten is de kans dat hij gaat lopen 60-70 %.

Welke behandeldoelen zijn er bij CP?

Bij CP zijn er verschillende behandeldoelen:

  1. Communicatie = hoe goed kan in kind met zijn omgeving contact maken
  2. Zelfredzaamheid = kan het kind voor zichzelf zorgen (eten, drinken, hygiene etc.)
  3. Socialisatie = hoe goed kan het kind in de buitenwereld integreren
  4. Mobiliteit = hoe goed kan een kind zich verplaatsen

Welke soorten van behandeling zijn mogelijk bij CP?

De beschadiging in het zenuwstelsel zelf kan niet gerepareerd worden. Daarom kan men alleen de gevolgen van deze beschadiging proberen te beÔnvloeden.

Orthesen:
Dit zijn beugels of laarzen die de gewrichten in de goede stand houden. Bijvoorbeeld een enkel-voet orthese (EVO) is een beugel die er voor zorgt dat een kind zijn voet plat op de grond kan neerzetten in plaats van de tenenstand die door de spasticiteit veroorzaakt wordt. Het is bewezen dat verkorting van de kuitspieren in dit voorbeeld wordt tegengegaan wanneer de beugel de kuitspier uitgerekt houdt voor tenminste 8 uur per dag.

Botuline injecties (botox of btx):
Botox is een stof die spieren verlamt. Als kinderen met CP spieren hebben met een veel te hoge spanning kan die spanning verlaagd worden door in die spieren btx te spuiten. De werking van die stof houdt gemiddeld 3 maanden aan. Bij goed resultaat kan de behandeling herhaald worden.

Orthopedische chirurgie:
Wanneer spieren te kort zijn geworden kunnen de pezen van die spieren met een operatie langer gemaakt worden. Als de gewrichten verstijfd zijn in een afwijkende houding kan het bot van vorm veranderd worden zodanig dat een arm of been weer makkelijker te gebruiken is. Als gewrichten door de asymmetrische spierspanning uit de kom dreigen te gaan kunnen of spieren verplaatst worden of de vorm van de botten veranderd worden. Soms kan het zinvol zijn om gewrichten vast te zetten.

Selectieve dorsale rizotomie (SDR):
Bij deze operatie worden bepaalde zenuwen in de rug doorgesneden om de spasticiteit in de benen te verminderen. Deze behandeling is in Nederland nog experimenteel en vindt daarom alleen in een onderzoekopzet plaats.

Intrathecale baclofen behandeling (ITB):
Baclofen is een stof die spasticiteit van de spieren tegengaat. Bij ITB wordt er in het lichaam van het kind een pomp geplaatst die deze stof voortdurend toedient.

Welke behandelingen konen bij hemiparese het meest voor?

De meeste behandeling zullen gericht zijn op het verbeteren van het lopen: het gebruik van orthesen, botox en operatieve verlenging van pezen en verandering van vorm van de botten.

Welke behandelingen komen bij diplegie het meeste voor?

Ook hier is de behandeling op het lopen gericht: het gebruik van orthesen, botox en operatieve verlenging van pezen en verandering van vorm van de botten. Soms kan een gangbeeldanalyse nuttig zijn om te bepalen wat er gedaan moet worden. Bij een gangbeeldanalyse wordt een kind gefilmd tijdens het lopen zodat men naderhand in slowmotion goed kan zien welke spieren het kind wanneer gebruikt.

Welke orthopedische behandelingen komen bij tetraplegie het meeste voor?

De loopprognose bij deze kinderen is vaak ongunstig. Veel van deze kinderen worden daarom ook rolstoelgebonden. Door de ongelijke spierspanning in de rug komt bij deze kinderen vaak scoliose voor (zie scoliose). Deze verkromming van de rug wordt meestal met een operatie behandeld waarbij het kromme deel zo recht mogelijk wordt vastgezet zodat de rug niet verder krom kan worden.

Verder is het zitcomfort van de kinderen belangrijk. Bij kinderen met CP kan de heup nogal eens tijdens de groei uit de kom gaan en bij kinderen met tetraparese is die kans zelfs 77% (dwz van de 100 kinderen met tetraparese gaat bij 77 van die 100 kinderen de heup uit de kom). Als kinderen kunnen lopen heeft het zin om de heup weer in de kom te opereren. Als kinderen niet kunnen lopen is het nut van operen zeer twijfelachtig. Meestal hebben kinderen geen last van heupen uit de kom. Is dit wel zo kan altijd nog de vorm van het dijbeen operatief veranderd worden. Vroeger dacht men dat een heup uit de kom een risico was voor het krijgen van een scoliose maar dit is gebleken niet zo te zijn. Heupen uit de kom zijn dus niet slecht voor de rug.

Als de benen niet prettig zitten bij zitten kan de stand van die benen veranderd worden om het zitcomfort te verbeteren. Dat kan gedaan worden door spieren te verlengen of door de vorm van de benen te veranderen. Verder is de behandeling van het kind vooraal gericht op comfort en een zo prettig mogelijk leven. -->

U bevindt zich hier: PatiŽnten informatie Ľ Spasticiteit
(advertenties)
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Kinderorthopedie.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)